Van de kalkrotsen van de Dolomieten tot de vochtige hoogweiden van Oostenrijk: de Alpen herbergen honderden soorten wilde bloemen. Wie in juni of juli omhoog wandelt, ziet de hellingen langzaam verkleuren — wit, blauw, rood, paars en geel, precies de kleuren waarin de alpenflora op deze site jarenlang werd gerangschikt. Deze gids is een doorstart van die kleurencatalogus, aangevuld met waar u de soorten zelf kunt vinden.
De flora van de Dolomieten en Oostenrijk
De bodem bepaalt welke bloemen u ziet. De Dolomieten bestaan grotendeels uit kalksteen, en juist daar voelen kalkminnende soorten zich thuis: de zilverdistel met haar zilverwitte omwindselbladen, de kalkenzian met zijn opvallend brede kelkslippen en, op beschaduwde plekken beneden de boomgrens, het wild alpenviooltje dat in de nazomer tussen het beukenblad bloeit. Het vrouwenschoentje, onze enige wilde orchidee met een echte pantoffelvorm, houdt van precies dezelfde kalkrijke bodem en is op veel plekken streng beschermd.
Oostenrijk is geologisch gemengd: kalk in de noordelijke Kalkalpen, silicaat in de centrale bergketens. Waar de bodem zuur is, overheersen andere planten — de alpenroos met haar roestbruine bladonderzijde, de kruipende azalea die als lage mat over de bodem groeit, en de arnica die vooral op zonnige, matig bemeste weiden staat. De bloei verschuift met de hoogte: een helling op 2.000 meter staat vaak weken later in bloei dan een dal op 1.000 meter, waardoor het seizoen in de bergen als het ware achter u aan omhoog kruipt.
Kleurrijke alpenbloemen herkennen
Kleur is het handigste startpunt bij het determineren, zeker als u onderweg bent en geen tijd hebt om uitgebreid te zoeken. De hoofdlijnen:
- Wit — edelweiss, alpenaster en de verschillende steenbreeksoorten die in rotsspleten groeien.
- Blauw en paars — gentianen, klokjesbloemen, de donkerpaarse vanilleorchidee en het alpenviooltje.
- Rood en roze — alpenroos, vuurlelie en de oranjerode bloemhoofdjes van de arnica.
- Geel — aurikel, boterbloem en de laag blijvende ganzerik op kale, stenige grond.
Kijk daarna verder dan de kleur: bladvorm, beharing, standplaats en hoogte zeggen vaak meer dan het bloemetje alleen. Een gentiaan met smalle bladeren op kalk is een andere soort dan een gentiaan met brede bladeren op silicaat. En één regel geldt overal: niet plukken. Edelweiss, gentianen en tal van orchideeën zijn beschermd, en in natuurparken geldt een algeheel plukverbod. Fotograferen is het nieuwe verzamelen.
Beste locaties voor botanische wandelingen
De bekendste botanische wandelbestemming in de Dolomieten is de Seiser Alm, de grote hoogvlakte boven het dal bij Brixen en Bozen. Omdat de weide al op ongeveer 1.700 meter begint, wandelt u er in één tocht door meerdere bloeizones; in juni en begin juli staat het gebied op zijn uitbundigst. Ook de lagere dalen rond Brixen zelf zijn de moeite waard, met bloemrijke bergweiden die via eenvoudige paden bereikbaar zijn.
In Oostenrijk bieden de hooggelegen dalen rond het Großglockner-massief en de kalktoppen van de noordelijke Kalkalpen een heel ander palet: daar domineren droogteminnende soorten op zonnige puinhellingen, terwijl de vochtige bodems langs beken juist weer andere flora laten zien. Reken voor een echte botanische wandeling op een rustig tempo — elke honderd meter hoogteverschil levert nieuwe soorten op.
Praktisch: wanneer en hoe
De alpine zone bloeit het rijkst van midden juni tot eind juli; de dalen kleuren al vanaf april. Ga vroeg op pad, want veel bloemen openen zich in de ochtendzon en de middagwarmte op de zuidhellingen is genadeloos. Neem een regionale flora mee, noteer de hoogte waarop u iets ziet en gebruik de kleurencatalogus als eerste ingang — geel, wit, rood, paars of blauw — voordat u op vorm en standplaats gaat letten.
Onderweg en verblijf
Wie de reis naar de Alpen combineert met een tussenstop in Frankrijk, vindt in de grotere steden meestal snel een kamer; voor een overnachting op doorreis is een overzicht van betaalbare Ibis-hotels in Parijs daarbij een praktisch hulpmiddel. Zo reist u uitgerust het berggebied binnen en begint u de eerste botanische wandeling niet al uitgeput.
Vertrekt u vanuit Nederland, dan kan een overnachting vlak voor het vertrek het verschil maken, of juist een rustige plek om na de bergtocht weer bij te komen — een rustige uitvalsbasis in Den Haag biedt daarvoor een handige mogelijkheid om de reis in twee etappes op te delen.